Mentale judo
Hoewel ik afgelopen weekend al van plan was een blog te schrijven, kom ik er nu pas aan toe. Ik bevind mij in de Universiteitsbibliotheek in Amsterdam, gezeten tussen allemaal hardwerkende jongeren, een plek waar ik altijd goed kan werken.
Vandaag gaat het met ups en downs, het ene moment zit ik er helemaal in, het andere wil ik naar buiten: dansen, springen, zingen, heen en weer rennen en genieten van de zon. Helaas gaat dat niet, het is nog ijskoud buiten en ik lijdt aan enorme spierpijn van de halve marathon die ik gisteren liep in Schoorl. Prachtige omgeving trouwens. Dat dansen en heen en weer rennen, daar heb ik mijn portie al van gehad.
Dan maar dansen, springen en zingen in mijn hoofd. ‘Mentale judo’ zei laatst iemand die ik interviewde. Worstelend banen gedachten zich een weg in mijn bovenkamer, wie wint die blijft, de verliezer raakt op de achtergrond en verdwijnt in de vergetelheid. Waarom zo druk als het ook rustig kan, en geconcentreerd?
Als ik erover nadenk, kom ik bij het volgende: creativiteit. Soms speel ik piano, spreek ik in het openbaar of fotografeer ik wat, maar verder komt het tegenwoordig niet van enige activering van mijn linker hersenhelft. En het is nog maar af te vragen hoe creatief die dingen zijn: op de piano speel ik noten die er staan en dat wil ik zo nauwkeurig mogelijk doen. Ooit improviseerde ik, maar nu wil ik al een tijdlang zo goed mogelijk Bach spelen. Zoals Glenn Gould dat zo mooi kan (waarom niet meteen het onbereikbare niveau). Met spreken in het openbaar is het net zo: natuurlijk gebruik je daarin improvisatie, maar veel ligt vast en hoe creatief is dat proces dan, van daar staan en mensen een verhaal vertellen? Ik word er langzaam beter in, maar echt bevredigend qua creatief is het nog niet. En fotografie? Ik wil daarmee momenten vastleggen die ik later terug kan zien en op waarde kan schatten, gewoon van het dagelijks leven, niet te veel vakanties, nee: ook van de huiskamer, de auto en stadsgezichten anno 2013.
Daarom schrijf ik. De woordenstroom laten gaan, de creativiteit laten opborrelen en daarna de tekst zo herschrijven dat ik er tevreden over ben. Ik baan me een weg door het beschikbare vocabulaire, door de slierten gedachten in mijn hoofd. Mentale judo. Wie schrijft, die blijft. Nu kan ik weer aan het werk.
