Rosa Groen
docent, onderzoeker, journalist
Recente Tweets
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!
Laatste reacties
Laatste artikelen

Forensen rules

Als forens ben je een paar uur van je werkdag onderweg, overgeleverd aan de grillen van de file of het openbaar vervoer. Eenmaal op de werkplek aangekomen verwacht je dat de reis volbracht is, maar soms lijkt het alsof het snellen de hele dag doorgaat.

“FUUUUUUUUUTTT”. De conducteur blaast op zijn fluit als ik aan kom rennen. Nog net weet ik de trein binnen te springen voordat de deuren dichtgaan. Hijgend ga ik zitten, boven bij het raam in de stiltecoupé. Ja, ik ben een van die zeurpieten die altijd vraagt of mensen stil willen zijn in de stiltecoupé. En ja, ik heb echt last van mensen die niet stil zijn, ook als ik een koptelefoon op heb. Mijn werkdag begint namelijk in de trein.

Als ik na een klein uur werken aankom op Hollands Spoor, loopt de trein leeg richting De Haagse. Ik hoor studentengesprekken om me heen: “Die en die leraar is echt fakking irritant” en “Ik ga wimper extensions laten zetten”, “Wat chill”, “Ja, echt hè”.

Speciale sleutel
In De Haagse gaat het forensen verder. Van mijn laptop naar de werkcomputers, van mijn kamer naar het lokaal, via de beveiliging naar de kolfkamer en daarna de hele route terug. Wij prille moeders moeten vooralsnog altijd langs de receptie om al onze gegevens in te vullen voordat we met een speciale sleutel de kolfkamer in kunnen. Het is om ‘privacy redenen’ niet mogelijk om toegang te krijgen met alleen een campuscard.

Dit leidt tot hilarische, maar ook onhandige situaties als de kamersleutels allemaal al in gebruik zijn: dan moet een kolvende moeder opendoen met alle ongemakken van dien. Na het gebruik van de sleutel dient deze weer te worden afgemeld. Voordat we naar huis vertrekken, begint de gehele santenkraam opnieuw: gegevens opschrijven, sleutel ophalen, gekolfde melk uit de koelkast halen en afmelden.

Computers en printers
Zo gaat het ook ongeveer met de computers in het lokaal en de werkkamer. Aanmelden duurt een kwartier, de PowerPoint openen vijf minuten, om van een online video nog maar te zwijgen. Na een college gegeven te hebben, zijn er vijf minuten nodig om af te melden. Hoe ICT-vaardigwe allemaal ook zijn of willen zijn, de basisbehoeften van docenten, medewerkers en studenten worden in De Haagse niet geheel bediend. Dan heb ik het nog niet eens over de lange en soms vergeefse tocht naar de printers. Als ze weer eens niet werken, moeten alle printopdrachten opnieuw.

Misschien kunnen we er maar beter de humor van inzien. We bedoelen het goed, willen allemaal het beste, maar we werken in een logge organisatie. Zonder regels en procedures kan zo’n grote hogeschool natuurlijk nooit functioneren. Maar waar regels worden opgesteld, leveren die vaak ook onbedoelde hindernissen op.

Na een lange werkdag forens ik weer naar huis. Op de terugweg is de kans op een zitplaats klein, maar als ik die toch gevonden heb, dan ga ik lekker zeuren over stilte in de stiltecoupé. Regels zijn regels.



Reacties

We moeten op De Haagse Hogeschool stoppen met

rendementsdenken. Tailor-made programma’s aanbieden werkt beter

voor iedereen. Houd de lat hoog!

Een (te groot) aantal studenten kan in het vierde jaar nog steeds geen rapport in behoorlijk Nederlands schrijven, geen gedegen woordje Engels spreken, laat staan een professioneel advies geven. Dit is een probleem. We moeten bij De Haagse de lat hoog houden en het niet erg vinden dat er in het selectiejaar veel uitval is.

Selectiejaar
In het eerste jaar moet de selectie plaatsvinden en dat gaat niet altijd goed. Het eerste jaar moet moeilijk zijn, een schifting waar geen zwakke broeders tussendoor glippen. Te vaak strijken wij met de hand over het hart en geven die sympathieke student nog een kans. We moeten streng doch rechtvaardig zijn!

Het is noodzaak dat de beste en meest ervaren docenten zich op het eerste jaar richten. Zij die veel ervaring hebben met studenten en van tevoren kunnen zien waar potentie zit, of de student op de goede plek zit en het niveau van de opleiding aankan.

Uitval
Een gevolg van strenge selectie is veel uitval in het eerste jaar. Daar moeten we niet bang voor zijn; als bij onze (Bedrijfskunde MER-)opleiding een goede vijftig procent van de studenten overblijft kan je daarmee verder en lever je betere studenten af. Kwaliteit kost nu eenmaal geld.

We moeten daarom stoppen uitval te zien als het bewijs van laag studiesucces. Een deel van de studenten die uitvallen gaat naar de universiteit na het eerste jaar. Een gebrek aan succes? Een ander deel vindt een baan of een andere studie. Prima toch? We moeten de ernst van uitval niet overdrijven, vindt ook Jan van Zijl, voormalig voorzitter van de MBO-raad.

Doorstroom
Er wordt vaak gewezen naar het lage niveau van de (mbo-)instroom. Echter, dat doet de vaak gemotiveerde mbo’er onvoldoende recht. Er zijn zoveel succesverhalen van mbo’ers die na het hbo doorstuderen of een eigen bedrijf beginnen. Er zijn net zoveel gevallen bekend van havisten die op het hbo weinig uitvoeren en ongemotiveerd rondlopen.

Tailor-made
Met de diversificatie van onze studentenpopulatie moeten we ook meer divers onderwijs aanbieden. De één is slecht in Nederlands of wiskunde maar kan goed samenwerken, de ander heeft precies tegenovergestelde kwaliteiten. Zij kunnen juist van elkaar leren. Bied de één deficiëntieonderwijs aan, liefst verplicht en buiten normale lesuren, coach de ander in samenwerken.

Willen we de lat hoog houden, dan moeten we aansturen op motivatie, hoge eisen blijven stellen en studenten wegsturen als ze het niet aankunnen. Als zij blijven hangen, is dat voor niemand goed. De student die het eigenlijk niet aankan, zal op zijn tenen moeten blijven lopen, trekt het niveau omlaag, waardoor anderen zich gaan vervelen. Kortom: richt de programma’s meer tailor-made in.





Reacties

 

Onderzoek doen gaat niet over rozen. Op de minst optimistische dagen zou je kunnen zeggen dat een onderzoeker zich voortsleept van deadline naar deadline. Een handige tip is om grote klussen op te delen in hapklare brokjes. Zo ontstaan er deadlines, quasi-deadlines en minideadlines.

Wie mij een beetje kent, weet dat ‘deadline’ mijn middelste naam is: Rosa Sara Deadline Groen. Op een willekeurige dag aan de telefoon: ‘Nee ik kan niet want ik heb een deadline’. De ander: ‘Maar jij hebt toch altíjd een deadline?’. Ja, mijn leven wordt al jaren gedomineerd door deadlines. Die houden mij scherp.

Een combinatie van onderzoek en onderwijs is de bron van die vele deadlines. Voor een conferentie in Antwerpen moest deze week een paper ingediend, over een paar weken gaan de tentamens de deur uit, eind november het tweede concepthoofdstuk van mijn dissertatie.

Red de tijd
Van minideadline spring je naar een conceptdeadline, vervolgens naar een deadline waarna echt verder geen leven bestaat. Op de hulp-tool voor het juist besteden van tijd, een programma dat symbolisch RescueTime heet, kom ik citaten erover tegen van beroemde mensen. “It is not enough to be busy… The question is: what are we busy about?” (Henry David Thoreau), "Work is the greatest thing in the world, so we should always save some of it for tomorrow" (Don Herold) en een van mijn favorieten: “I love deadlines. I like the whoosing sound they make as they fly by” (Douglas Adams).

Met een druk op de knop heb ik zulke citaten gedeeld op Twitter, vlak voor de website geblokkeerd wordt door de betaalde versie van RescueTime. Dat programma houdt bij hoe lang je bezig bent in een hoog productieve stand (in Word of andere creërende programma’s), productieve (mail), afleidende (zelf te kiezen websites) of zeer-afleidende (sociale media). Als je op de Get Focused knop drukt en dan blokkeert het voor bepaalde tijd alle super afleidende sites. Voor mij ideaal, al kost het natuurlijk wel weer tijd om alles in te stellen. 

Uitdaging
In de vakantie heb ik doorgewerkt, net als veel van mijn collega’s. Even op de telefoon een potje WordFeud doen of appen in de trein zit er voor mij niet in. Etentjes worden vaak afgezegd en eens per drie weken plan ik een ‘weekend niets’ om bij te komen. (Ovidius zei het al: "Take rest; a field that has rested gives a bountiful crop.") 

Het heeft ook voordelen, zo druk zijn met van alles. Het houdt je van de straat, je hebt voorbeelden ‘uit de praktijk’ die je in de lessen kunt gebruiken en als je eenmaal in de flow zit, merk je dat niet alleen het werk heel intens wordt, maar alle dingen die je doet met een soort super-concentratie gepaard gaan.

Het combineren van onderzoek en onderwijs is en blijft een uitdaging, los van andere dingen die een persoon bezighouden. Naast het indelen van tijd is het cruciaal dat studenten ervan kunnen leren. Mocht je hierin geïnteresseerd zijn, kom naar de ‘XChange’ sessie van Arjan Mulder en ondergetekende, op het Think Festival op De Haagse Hogeschool. Op 3 november, 14 uur in de Pressure Cooker, OV.0.37.

Nog eentje dan: "Time isn't the main thing. It's the only thing." (Miles Davis).



Reacties

In de NRC van 5 augustus klaagde columnist en microbiologe Rosanne Hertzberger over dat 'al dat onderzoek achter een betaalmuur' wordt geplaatst. Ook ik ken de makken daarvan. Mijn recentste artikel kan alleen gelezen worden via Researchgate als je daar met mij bevriend bent, of als je 33 euro betaalt op de website van Taylor & Francis Group. Absurd eigenlijk. Ik ben ook voor online access: transparant maken die wetenschap. 

Anderzijds, als je lid bent van een Universiteitsbibliotheek, als particulier kost dit ongeveer 20 euro per jaar, dan kan je wel alle artikelen lezen in de UB. Je kunt ze daar ook printen. Bij universiteiten en hogescholen hebben de bibliotheken abonnementen en kan je terecht. Nu begrijp ik dat het lastig is als je niet in de buurt woont, maar hee, spring op de fiets of in de auto en maak er een gewoonte van iets in de bieb op te zoeken. Lekker ouderwets. 

Dit brengt mij op het idee om mee te doen aan de 21dagen-niet-klagen-challenge. Ik hoorde erover en zag dit filmpje op YouTube van Will Bowen van de Complaint Free World beweging. Lijkt me een uitdaging. Het schijnt hem 7 maanden gekost te hebben om 21 dagen achter elkaar niet te klagen. Zo moeilijk is het. Je kunt dus wel 'als constatering' zeggen "het regent" maar niet "hè wat vervelend, het regent". Of je kunt zeggen "er zijn veel files vandaag" maar niet "echt irritant, al die files vandaag!".

Ben benieuwd of het lukt. Als je erop gaat letten, valt meteen op hoeveel mensen om je heen klagen. Het heeft vast een functie, maar het mag van mij minder.

Het ga je goed mensen, ik ga weer even iets schrijven wat waarschijnlijk achter een betaalmuur komt. 

Au revoir


Rosa




Reacties

Voor de meesten van jullie, lezers van mijn blog, is de eindejaarssprint begonnen. Nog eventjes en dan begint de vakantie. Voor mij is de vakantie er al, dat wil zeggen, we zijn op vakantie in Frankrijk voor het laatste staartje van mijn bevallingsverlof. Tussen het verschonen van luiers en kindjes voederen door, lezen we. Veel.

Omdat jullie hoofd er waarschijnlijk niet naar staat om boeken uit te zoeken voor de vakantie, hier alvast een paar aanraders om deze zomer mee te nemen. Zelf ben ik met de zwaarste boeken begonnen, om steeds lichtere te lezen en beetje bij beetje meer te ontspannen. Maar je kunt het natuurlijk ook andersom doen: direct in de ontspanningsmodus en dan gaandeweg de kost iets verzwaren. Lees dan in omgekeerde volgorde.

World Order van Henry Kissinger is een aanrader. Voor wie liever Nederlands leest, er is net een goede vertaling uit: Wereldorde. Als voormalig Amerikaans nationaal veiligheidsadviseur en minister van Buitenlandse Zaken weet Kissinger als geen ander de machtsbalansen in de wereld te beschrijven. Volgens hem leven we in de post-post-Koude Oorlogstijd, een periode waarin oude mondiale omgangsregels niet meer gelden. Interessant en zeer goed geschreven boek, voor als je meer wilt weten over de uitdagingen waar de huidige wereldpolitiek tegenaan loopt.

Het inmiddels zes jaar oude HhhH – Himmlers hersens heten Heydrich – heb ik in één ruk uitgelezen. Geweldig geschreven, bij vlagen grappig en ontzettend, bizar en adembenemend. De Franse Laurent Binet neemt je mee in zijn zoektocht naar bronnen over de aanslag ‘Operatie Anthropoid’ op Reinhard Heydrich en raakt zo bezeten van zijn zoek- en schrijfproces, dat je als lezer zowel in onze eigen tijd als in die van de Tweede Wereldoorlog leeft. Een must.

Om bij die oorlog te blijven, ben ik nu bezig met Sebastian Faulks’ ‘Waar mijn hart ooit klopte’ - Where my heart used to beat. Lees het in het Engels; ik heb spijt dat ik de Nederlandse vertaling lees. Het gaat over een Britse dokter die een brief krijgt van een oude man die woont op een eiland voor de Franse Rivièra en die meer weet over de oorlogstijd van zijn vader. Het is een ontroerend verhaal van een hartstochtelijke maar schijnbaar onmogelijke liefde. Ik ken de auteur van Birdsong over de Eerste Wereldoorlog, het mooiste boek dat we ooit voor onze Engelse boekenclub lazen. En dat zegt wat: we hebben nu in vijf jaar al 36 Engelse werken verslonden.

A brief history of time van Stephen Hawking, minder zwaar maar wel diep, gaat over grote theorieën over de kosmos van Newton tot Einstein, van de Oerknal tot zwarte gaten. We worden meegenomen door het briljante brein van de auteur. Internationale bestseller. Vervolgens Hamlet, natuurlijk eigenlijk een toneelstuk en verplichte kost voor onze boekenclub, dus die kunnen jullie overslaan. 

Dan nog twee boeken voor een lach en een traan, geheel afgaand op de goede besprekingen en boekverkopers: Jess Walter’s Schitterende Ruïnes over een onverwoestbare liefde. Setting: Italië en Hollywood; 1962 en vijftig jaar later. Als laatste het net verfilmde boek Me before You van Jojo Moyes, Britse journaliste. Het ziet er aan de buitenkant uit als een streekroman, maar het is een waanzinnig ontroerende pageturner. Eerst het boek lezen, dan naar de film.

Inmiddels is mijn man een terugkerende bijenkolonie aan het wegjagen uit een van de raamkozijnen van ons Franse huis. En ik maar mijmeren over gelezen of te lezen boeken. Tijd voor actie dus, veel leesplezier op vakantie straks!

Reacties

Waarom je als ouder anders aankijkt tegen je eigen ouders en waarom dat goed is

We zitten op Vlieland. Het regent, maar de afgelopen twee dagen was het prachtig weer. En als het hier regent, is het ook snel weer voorbij, net als in Ierland; Four seasons in one day. We zijn weg met z’n vieren, een nieuwe gezinssamenstelling sinds onze dochter Pom drieënhalve week geleden is geboren (!). We wilden er even uit, na drie weken thuis. En het bevalt. 

We waaien uit op het strand, lezen, wandelen, fietsen over het eiland. Baby Pom slaapt 22 uur per dag en peuter Japi is blij met onze (bijna) exclusieve aandacht. Het is wennen, zo’n heel gezin. Gelukkig hebben we daar de tijd voor. Na een paar maanden weten we vast niet anders meer. 

We fietsen over Vlieland, mijn benen zijn zwaar van de rustweken en het chronisch slaaptekort. Op het eiland zie ik mezelf als vierjarige tot mijn puberjaren rondfietsen, rennen, kamperen en later paardrijden. Nooit dacht ik toen aan mijn ouders, de moeite die ze moeten hebben gehad met twee jengelende kleine kinderen, hun zorgen als we over het eiland rondfladderden, hoeveel rekening er met ons gehouden werd door ieder jaar naar dat meestal natte, kindvriendelijke Waddeneiland te gaan. En nu zitten wij hier, ook met twee kleintjes. Weliswaar niet op de camping (gelukkig) en met twee wel heel kleine kinderen. 

Vlieland is veranderd sinds ik hier tot ongeveer 1995 vaste bezoeker was. Het is drukker geworden, populairder, iets minder autoluw. En toch is alles hetzelfde. Het strand, de duinen, de Dorpsstraat, de vuurtoren en de huurfietsen. De natuur, de frisse lucht, de IJslandse paarden en het Wad. Zo lopen continuïteit en losse herinneringen door elkaar heen. Continuïteit omdat wij hier nu ook met ons vierkoppig gezin op het eiland zijn; discontinuïteit omdat alles anders is en wij andere ouders zijn met twee andere kinderen. 

Het is goed dat kinderen zorgeloos kunnen rondfladderen zonder na te denken over hun ouders’ energie en aandacht. Anders zouden ze zich een stuk minder zorgeloos rond bewegen en zich al veel te jong schatplichtig voelen aan hun ouders. Dat is iets waar ik me pas later, als ouder, van bewust ben geworden. Hoeveel moeite het kost om kinderen op te voeden en hoeveel tijd erin gaat zitten. Hoe dankbaar je je ouders moet zijn om alles wat ze in die eerste jaren (en daarna) hebben gedaan. Zie ook dit filmpje dat het internet rondging op moederdag. 

’s Avonds rijden we met een oude brandweerwagen van vriend Bojan het strand op om vuur te maken en groenten te koken in zeewater. De plaatselijke uitbater van Podium Vlieland, theater annex bioscoop en ijssalon, doet dit bijna dagelijks. Zwemmen in de zee hoort ook bij zijn routine, het hele jaar door. We frisbeeën wat, genieten van het vuur en de zonsondergang. Van mij mag dit verlof nog heel lang duren.






Reacties

Doe iets! 

Het nieuws wordt gedomineerd door negativiteit. Brussel, een vliegtuigkaping boven Egypte, de vluchtelingencrises, noem het maar op. Verhalen die een andere kant van het nieuws belichten, behoren niet tot onze dagelijkse kost. 



NOS-correspondent Rop Zoutberg wilde er een boek over schrijven: hoe de vluchtelingenstromen via Lampedusa Europa binnenkwamen. Maar het boek Hilversum Calling kwam er niet, omdat de aandacht alweer was verplaatst naar vluchtelingenstromen die via Calais de tunnels bestormden en via bootjes Lesbos bereikten. Het werd een longread op Fosfor.  

Het verhaal dat in Italië nog steeds veel vluchtelingen uit Afrika binnenkomen, is geen nieuws meer. Erg, maar niet schokkend genoeg. Dus we lezen er niets over. Het verhaal dat Zoutberg wilde vertellen over een Italiaanse burgemeester die zijn dorp opengooide en iedereen verwelkomde, mocht hij bij de NOS niet kwijt. Andere, meer positieve, initiatieven en beelden willen de Nederlandse nieuwsdiensten niet laten zien.   

Because we carry

Zo zijn er wel meer acties waar we bijna niets over horen. Het Ongekend Bijzonder Festival waar onder andere het Museon aan meedoet in Den Haag, dat verhalen vertelt van vluchtelingen die al jaren geleden naar Nederland kwamen. Hoe zij een verrijking van de stad kunnen zijn. Of het filmproject Dit had ook mij kunnen overkomen, waarin steeds een andere filmmaker een portret maakt van een vluchteling en een BN’er aan het begin zegt: ‘Dit had ook mij kunnen overkomen’.  

Zelf doe ik mee aan een klein initiatief in Amsterdam waarbij we met vluchtelingen leuke dingen doen zoals koken, naar een concert gaan, een Syrische film bekijken of iets gezamenlijks met de vluchtelingenkinderen en die van ons. Om ze te helpen integreren. Je hebt Because We Carry, een groep die op Lesbos in actie is en, dichter bij huis, Taskforce Vluchtelingen Hoger Onderwijs, een initiatief van De Haagse om, samen met anderen, vluchtelingenstudenten te helpen. 

Wubbo

Aan de ene kant moet nieuws schokkend zijn en niet iets ‘ouds’, aan de andere kant mag het niet gaan over goede initiatieven, de welwillendheid van (vaak jonge) mensen om iets te doen aan alle ellende en de koppen bij elkaar te steken. Natuurlijk hoor of lees je er wel íets over, maar het blijft onderbelicht. En dat terwijl je wel iets kunt doen aan alle ellende in onze wereld. 

Ter afsluiting, een oproep van onze astronaut Wubbo Ockels, die op zijn sterfbed aanspoorde tot het doen van iets kleins. ‘Elke bijdrage, hoe klein ook, is belangrijk,’ zei hij vlak voor hij stierf aan een agressieve vorm van nierkanker. Doe iets. Tegen het aftakelen van de wereld. Om de mensheid te redden, de wereld te verduurzamen. Neem zonnepanelen, een elektrische auto, of, goedkoper: recycle, vlieg minder, consuminder. Of doe mee aan een van de bovengenoemde projecten. Doe iets! 

Reacties
 
 

Kijken door een positieve lens

Terwijl ik dit schrijf zit ik in een hotelkamer in Bamberg (Zuidoost-Duitsland) voor een Winter School in methodologie voor mijn onderzoek. Ik voel me net een verdwaalde student die door de bomen het bos niet meer ziet, crash courses neemt in nieuwe theorieën en niet weet waar de toekomst haar naartoe leidt. 

Ik zit hier met een gevoel van onbeholpenheid. Het helpt waarschijnlijk niet dat ik zeven maanden zwanger ben, maar gisteren onderweg naar de trein is ook mijn rugzak gestolen. Inhoud: laptop (dertig dagen niet gebackuped, stom), paspoort, rijbewijs, geld, passen, studieboeken, voorbereidingen voor de cursus, iPod, een Rayban-zonnebril en nog wat opladers en geprinte wetenschappelijke artikelen. En ik heb ook nog de griep. Soms zit alles tegen.

Externe werkelijkheid

Op dit soort momenten kijk ik graag naar het filmpje van Shawn Achor op TED: The happy secret to better work. Hij is een psycholoog, winnaar van vele prijzen, auteur van The Happiness Advantage en richt zich op positieve psychologie. De basis van zijn denken is dat de wetenschap zich te veel richt op wat normaal en doorsnee is, terwijl juist de afwijkingen interessant zijn. Richten we ons bijvoorbeeld op de ontwikkeling van kinderen, dan kijken we niet naar de creativiteit en uitschieters, terwijl we daarmee juist de gemiddelde prestaties omhoog zouden kunnen krijgen. Door te focussen op het positieve, door verandering van de lens waar we door kijken, kan je succes en geluk een niveau hoger brengen. Dit is voor negentig procent te beïnvloeden door hoe jouw brein de wereld ziet. Slechts tien procent is bepaald door de externe werkelijkheid. 

Dopamine

Achor gaat verder: slechts 25 procent van je werksucces is afhankelijk van IQ, de andere 75 procent wordt bepaald door optimisme, je sociale vangnet en vermogen om stress als een uitdaging te zien. Meestal wordt de volgende fout gemaakt: je denkt: ‘Als ik harder werk, word ik succesvoller en dan ben ik gelukkiger’. Vervolgens ga je harder werken, kom je een stap verder en streef je opnieuw naar een hoger doel. Het geluk blijft altijd aan de andere kant van de prestatie. Maar deze formule moet je omdraaien: als je je richt op het positieve dan komt er dopamine vrij in je brein, wat je gelukkiger maakt, alle leersystemen in je brein opengooit en zo word je vanzelf ook succesvoller. 

Hij heeft praktische tips, die ik al een tijdje (maar niet altijd) uitvoer. In een experiment heeft hij mensen voor 21 dagen de volgende vijf acties laten doen. Op deze manier kan je al een positiever en succesvoller leven leiden. Let op: dit kost je maar een paar minuten per dag. 

  1. Schrijf dagelijks drie dingen op waar je dankbaar voor bent

  2. Schrijf elke dag iets positiefs op dat je de afgelopen 24 uur hebt meegemaakt

  3. Doe lichamelijke oefeningen (dit zou de twee minuten per dag kunnen doen overschrijden)

  4. Doe aan meditatie (om het streven naar multitasken tegen te gaan)

  5. Stuur 1 positieve boodschap per dag aan iemand in je netwerk, een compliment of bedankje

Doe je deze vijf dingen elke dag voor de duur van slechts drie weken, dan conditioneer je je brein en heb je een gewoonte gemaakt van het kijken door een positieve lens. Op deze manier kan je de formule omdraaien en ga je vanzelf ook beter presteren. Kijk naar het filmpje, doe mee aan het experiment en kijk zelf of het werkt!! Dan ga ik in de tussentijd met mijn onderzoek een topprestatie neerzetten. En uitzieken.

 

 

Reacties

Zwanger zijn is zwaarder naarmate de tijd vordert.

Het lijkt allemaal zo licht, vrolijk en goed. Nu de zes maanden zwangerschap voorbij, het derde trimester is aangebroken. De kilo's die eraan vliegen eisen hun tol. Vooral in de vorm van energie, zodat ik 's avonds alleen nog voor pampus op de bank kan liggen.

Hoe moet dat nou, volgende week, als ik drie avonden verwacht word te functioneren, waarvan twee professioneel in Den Haag? Het is me een raadsel. Dit zijn onafzegbare afspraken.

De moed zakt me nog meer in de schoenen met het theoretisch hoofdstuk voor mijn neus. In theorie is het makkelijk: wat dingen aan passen voor m'n artikel, minor changes staat er, dan gaan ze het publiceren; wat ontwikkelingen beschrijven en een paar keuzes maken voor het theoretisch hoofdstuk; een paar artikelen lezen ter voorbereiding op de Winter Course in Bamberg; twee colleges voor volgende week voorbereiden. Een afvinklijstje.

Maar de praktijk..

Afijn, aan de slag. Wish me luck! 

R


Reacties

Bas Heijne kwam laatst op De Haagse Hogeschool spreken over wereldburgerschap. Voor degenen die er niet bij waren hieronder een samenvatting en mijn korte reflectie op dit vrij lastige begrip. 


De idealen in de jaren ’70 bestonden volgens Bas Heijne uit: eigenbelang ondergeschikt maken aan het algemene belang, afstand nemen van je ‘zuil’, ervoor zorgen dat de kleine wereld waarin je leeft niet als enig ijkpunt wordt gezien en de uitbreiding van empathie voor ‘de ander’. Die idealen zijn later gebureaucratiseerd, verworden tot beleid en regels. 


‘De reacties hierop zijn fel en worden steeds radicaler. Dat is bijvoorbeeld te merken aan de woede die ontstaat bij het bekendmaken van salarissen van een ‘linkse club’. De felheid waarmee sommigen reageren, komt voort uit een bedreiging van ‘het eigene’. De eigenheid van de ‘gewone man’ staat steeds meer onder druk als hij de idealen niet deelt. De reactie daarop is soms paranoïde.

Eigen werkelijkheden

Bovendien zijn de gemeenschappen die zijn ontstaan te groot. Mensen met meer dan 500 vrienden op Facebook zijn geen uitzondering meer. Zoals Yuval Noah Harari in Sapiens beschrijft, bestaat een gemeenschap maximaal uit 125 mensen. Grotere aantalen kan een groep niet aan. Als de groep groter is, dan heeft de gemeenschap ook een groter verhaal nodig, een mythe. 

Er wordt wel eens beweerd dat men door het internet meer met elkaar in verbinding staat, dat internet verbroedert. Niets is minder waar: het internet polariseert, mensen zoeken eigen groepen op met dezelfde, eigen werkelijkheden.’  

AZC's

Wie voelt zich eigenlijk wereldburger?, vraagt Heijne aan de zaal. Vier mensen steken hun hand op, waaronder de voorzitter van het College van Bestuur. ‘Vaak zijn mensen die zich ‘kosmopoliet’ noemen degenen die veel naar congressen gaan en zich steeds met dezelfde soort mensen ophouden. In feite bewegen deze ‘wereldburgers’ zich in één sociaal milieu. Om uit die bubbel te stappen zouden zij juist moeten communiceren met anderen die buiten de eigenheid liggen, van andere sociale milieus. 

Opstanden tegen nieuwe AZC’s zijn niet fijn, maar testen wel de veerkracht van onze samenleving. Waarom het zo hoog oploopt heeft te maken met de kleine gemeenschap die ‘de wereld’ als vijand ziet. De gedeelde voorgrond is niet wereldburgerschap, maar de nieuwe gemeenschap van mensen met een gedeelde achtergrond, oftewel dezelfde waarden.  

Ryszard Kapuściński

Tot zover het relaas van Bas Heijne. Aan het laatste moest ik denken toen ik op Facebook stuitte op de speeches van Justin Trudeau, de nieuwe premier van Canada. Hij pleit voor diversiteit en het omarmen van ‘de ander’. Zijn ideaal is er één van gedeelde waarden, zonder de klemtoon op iemands achtergrond te leggen. We moeten nieuwkomers insluiten en juist de overeenkomsten benadrukken. 

Een andere parallel vond ik in De Ander van Ryszard Kapuściński. Hierin staan zes lezingen over de ontmoeting met de ander, die hij als de universele en fundamentele ervaring van onze soort beschouwt. Kapuściński wist als correspondent in oorlogsgebieden goed dat een ontmoeting kon uitdraaien op een duel of conflict. De zelfbenoemde ‘onderzoeker van andersheid’ probeert de vraag te beantwoorden hoe je je tegenover de Ander moet opstellen in onze tijd van globalisering, grootscheepse migratie en vluchtelingenstromen. 

Leonard Geluk

Zelf denk ik dat de brug slaan tussen jezelf en de ander, die in een andere ‘sociale bubbel’ leeft, de essentie is van het streven naar wereldburgerschap. Hoe je dat doet? Dat begint bij een beter begrip van wie je zelf bent. Het begint ook met goed luisteren naar de ander, zonder je eigen waarden op te leggen. Wereldburgerschap is een lastig concept, dat meer een proces inhoudt dan iets wat je praktiseert of bent. Begint wereldburgerschap op De Haagse Hogeschool, zoals Leonard Geluk voorstelt? Ik denk eerder daarbuiten, op straat. Bij ontmoetingen met nieuwe Nederlanders, eerder tussen sociale milieus dan erbinnen.






Reacties
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl